De negentiende eeuw was een tijd van industrialisatie, van spoorwegenaanleg en landbouwmechanisatie. René wandelt in en rondom Nuenen en treedt in de voetsporen van de beroemdste inwoner, Vincent van Gogh, die het leven op deze plek vastlegde nog nét voordat de industrialisering alles onherroepelijk zou veranderen. De wandeling voert langs gebouwen die door Van Gogh op het doek zijn gezet. Van de pastorie van zijn vader, de kerk en de watermolen naar de velden en de bossen, om te eindigen bij een stuw en een tweede watermolen aan de Rul.
Reactie toevoegen